Elke gemeente een webshopbeleid

 

In Nederland proberen we alles te ordenen. Huizen in woonwijken, industrie op bedrijventerreinen en winkels in de binnenstad. Maar ja, de maatschappij en techniek staan niet stil en het wordt voor de overheid steeds lastiger grip te houden op de ontwikkelingen.

Dweilen met de kraan open

Een voorbeeld daarvan zijn de webshops en de apps voor taxivervoer en accommodatieverhuur. Iedereen kan tegenwoordig zijn diensten heel eenvoudig aanbieden. Er is steeds minder noodzaak om fysiek in het ruimtelijk domein aanwezig te zijn. De meeste regels spelen nog altijd niet in op het digitale tijdperk. Hierdoor is vaak onduidelijk wat mag en wat verboden is.  Het succes van internet bemoeilijkt de maakt controle op de regelgeving. Het is dweilen met de kraan open. Toezichthouders weten niet waar ze moeten beginnen. Terwijl bedrijven die veel geld hebben geïnvesteerd in een vergunning benadeeld worden als de overheid niet optreedt tegen illegaliteiten.

 

Ruimtelijke uitstraling

De rechter heeft zich al verschillende keren gebogen over de toelaatbaarheid van internetwinkels als specifiek gemeentelijk webshopbeleid ontbreekt. Een criterium[1] of de activiteit past binnen het bestemmingsplan is of de verkooptransacties uitsluitend via internet zullen plaatsvinden en per post worden afgehandeld. Het aanbieden van artikelen daarentegen via het internet met de mogelijkheid deze ter plaatse te bekijken en te kopen betreft detailhandel[2]. Datzelfde geldt voor het werven via internet en als gemiddeld vijf klanten per week het perceel bezoeken[3]. In het verlengde daarvan: ook het bestellen via het internet en vanuit de opslag leveren aan de klant is detailhandel[4].

 

Trekt de webshop dus fysiek consumenten aan, dan past de activiteit dus niet zonder meer binnen een woon- of bedrijfsbestemming. Achterliggende gedachte is dat de ruimtelijke uitstraling van de omgeving dan wijzigt: er komt extra verkeer, de parkeerdruk neemt toe en daarmee de overlast voor omwonenden. Indien alleen administratie plaatsvindt en vanuit de woning pakketjes verzonden worden, is er niets aan de hand.

Gemeenten zijn echter vrij om voor webshops eigen beleid te maken. Dat kan via beleidsregels of nieuwe bestemmingsplannen. In die planologische besluiten moeten de ruimtelijke afwegingen helder worden gemaakt.

Aan de slag!

De ene webshop is de andere niet. De gemeenten zullen de verschillende typen van  internetwinkels in kaart moeten brengen. Elk onderdeel van de bedrijfsproces moet op zijn ruimtelijke merites bekeken worden. Pakketjes verzenden vanuit de woning klinkt namelijk onschuldig, maar wat als 2 slaapkamers vol staan met artikelen en dus ook telkens busjes langskomen voor de bevoorrading? En wat te doen met afhaalpunten? Een showroom ontbreekt, betaald is al via internet en is er veel vraag naar afhaalpunten op plekken waar juist geen detailhandel is toegestaan. Vragen genoeg dus voor gemeenten in 2015.

Niets doen, of alles verbieden en bij het oude laten is natuurlijk gemakkelijk en overzichtelijk.

Gemeenten met ambitie faciliteren het digitale tijdperk en dragen bij aan de ondernemingszin van haar inwoners. Welke gemeente wil nu niet koketteren met een bedrijf dat aan de keukentafel is gestart en door het gemeentelijk webshopbeleid is uitgegroeid tot een parel van het plaatselijke bedrijventerrein? En dan heb ik het nog niet over de spin off.

Ambtenaren en bestuurders: aan de slag dus.


[1] ABRS 201100954/1/H1/24 augustus 2011
[2] ABRS 201200490/1/A1/26 september 2012
[3] ABRS 201107446/1/A1/13 juni 2012 en 201006526/1/H1/13 april 2011
[4] ABRS 200909471/1/H1 29 september 2010

share



uw reactie

Maarten van Rijbroek

Maarten van Rijbroek


connect