Latere invoeringsdatum Omgevingswet

 

Bron: Binnenlandsbestuur.nl

De geplande ingangsdatum van de Omgevingswet per 1 juli 2019 is van de baan. ‘Daar komt een verschuiving in’, zegt minister Schultz van Haegen (Infrastructuur & Milieu, VVD) onomwonden. Wordt het één jaar uitstel, twee wellicht? Daarover doet Schultz geen uitspraak.

’Je kunt zeggen: ik doe het zo krap mogelijk, maar dan moet je misschien over een tijdje wéér uitstellen. Maar als je het ruimer doet, gaan gemeenten wellicht achterover hangen.’ Deze zomer volgt een definitief besluit over de termijn. De reden voor het uitstel ligt in ‘de complexiteit van de ministeriële regelingen en de vier Aanvullingswetten. Wat we bedacht hadden, is te strak om het ook echt goed te doen. En ik heb het liever zorgvuldig dan snel.’ Het uitstel heeft volgens Schultz vooralsnog geen gevolgen voor de uiteindelijke einddatum van de transitie in 2029.

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) dat het gemeenten en aanvragende burgers en bedrijven makkelijker moet maken, is ook bij de latere invoering van de wet zeker niet klaar. Wat betekent dat straks voor de gemeentelijke dienstverlening?

‘Je kunt zo’n stelsel pas vormgeven als je de wet- en regelgeving duidelijk hebt. Dus inderdaad, je hebt als gemeente straks niet meteen het ultieme ondersteuningsmodel. Het systeem is zo ingericht dat het met kleine stapjes verder opbouwt. Vanaf 2024 gaan we dat steeds interessanter maken. Maar je moet je bij de invoering van de wet wél de basis hebben die er nu ook is. Geen verslechtering.’

Er leven veel zorgen over de financiering en de ambities van het DSO. Hoe voorkomt u dat het net zo’n miljoenen verslindende mislukking wordt als de Basisregistratie Personen?

‘Dit soort onderdelen zijn het spannendst. Die wetgevingsoperatie was al groot en complex, maar het hele informatiestelsel dat de boel in gang zet, moet nog gerealiseerd worden. Het IPO, de Unie van Waterschappen, de VNG en wij hebben bij de start met elkaar een inschatting gemaakt over de kosten. Maar je ziet nu al dat er veel meer kosten aan vast zitten. Ieder kwartaal hebben we nu een go- en no go-moment.Bij elk nieuwe stapje kijken we of het wel oplevert wat we nodig denken te hebben. De ambitie is onverkort hoog.’

Bent u niet bang dat een voor gemeenten essentiële digitale tool zo wordt uitgekleed of onbetaalbaar wordt?

‘Nee. We kunnen een systeem neerzetten dat gewoon goed is. Het is wel complex en ingewikkeld en we doen zoiets niet elke dag. Het vertalen van een wet in computertaal – daar zit gewoon een heel grote gap tussen. Op dat punt kon ik de Eerste Kamer ook niet geruststellen. Dit wordt het moeilijkste deel van het proces. Maar het gaat wel gebeuren. Over de kosten moet je elke keer blijven overleggen: is het wel de moeite waard? Je kunt ook een DSO maken dat biedt wat we nu al bieden. Dan werkt het ook.’

Aan een andere eis van de Eerste Kamer moest u wel toegeven. Niet alleen de aanvrager, maar ook de gemeente kan straks beslissen of een kortere algemene of een uitgebreide procedure wordt ingezet. Staat dat niet haaks op de filosofie van de wet?

‘Ik vond dat inderdaad heel jammer. Altijd overal die haakjes inbouwen, want stel je voor dat iemand iets verkeerd doet…. De waterschappen willen een verplichte watertoets, de brandweer een brandtoets en voor je het weet zit je weer in het oude systeem. Wat we afgesproken hebben is dat gemeenten niet een uitgebreide procedure kunnen verplichten, maar het wel bij de initiatiefnemer kunnen aandragen. Die moet beslissen. Dus het is een beetje in between. Natuurlijk bewaak je het liefst de schoonheid van het systeem. En voor het grootste deel zijn we erin geslaagd de kerstballen die allerlei groeperingen nog in de boom wilden hangen, erbuiten te houden. Maar soms moet je het toch doen.’


share



uw reactie

Joost Pesch

Joost Pesch


connect