Update Omgevingswet: nu beginnen of nog even wachten?

 

Met de komst van de Omgevingswet, die per 1 januari 2019 van kracht wordt, dient een aantal verandertrajecten zich aan. In de eerste plaats is er het wetgevingstraject. Een groot aantal wetten en amvb’s wordt samengebracht, wat gevolgen heeft voor het inzetbare instrumentarium. Alle mensen die een rol hebben in het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving (in de breedste zin van het woord) zullen zich dit nieuwe instrumentarium tijdig eigen moeten maken, om ermee te kunnen werken zodra de nieuwe wet van kracht wordt. Een veelgehoord geluid deze dagen is: “de regelgeving is nog niet uitgekristalliseerd, ik wacht nog even totdat er meer over bekend is”. Maar is dat wel zo verstandig?

Het klopt dat nog niet alle vragen over de nieuwe wet zijn beantwoord. De juridische details moeten nog worden uitgewerkt. Het grote kader staat echter al. Met het recente aannemen van de Invoeringswet Omgevingswet is dat alleen maar duidelijker geworden. Bekend is hoe het raamwerk eruit komt te zien en wat er van alle betrokkenen wordt verwacht. En dat is nogal wat.

Nieuwe rolverdeling

Met de nieuwe Omgevingswet komt er dan ook een flinke cultuurverandering op ons af. Er wordt van ons verwacht dat we op een andere manier gaan werken. Veel meer gezamenlijk optrekken dan nu en rollen uitwisselen waar het kan. “We werken toch al integraal?” hoor ik collega’s bij gemeenten vaak zeggen. Inderdaad, de laatste jaren is bij veel gemeenten met succes veel energie gestoken in het ‘ontschotten’ van afdelingen. Maar wat gebleven is, is dat een beheerplan nog steeds een verantwoordelijkheid is van Openbare werken, een ontwikkelplan nog steeds als paradepaardje voor RO dient en dat milieuaspecten en sociale aspecten nog steeds ondergeschoven kindjes zijn, als ze al worden meegenomen. En juist daar liggen nu de kansen.

Van regisseur naar facilitator

Wie houdt er bijvoorbeeld nu al rekening met de gezondheidsrisico’s van zijn plan? Welke gemeente durft al zover te gaan dat van bepaalde milieunormen mag worden afgeweken, omdat “de kwaliteit van de leefomgeving in z’n totaliteit niet in het geding is”? Welke plannenmaker brengt looproutes van ouderen in kaart, zodat voorzieningen die deze groep nodig heeft, daadwerkelijk vindbaar en bereikbaar zijn? Welke beheerder meet de demografische opbouw van een wijk, om speeltuinen aan te leggen waar juist veel ouderen wonen? (ouderen passen immers op de kinderen van de ouders die overdag werken!) En de belangrijkste: welke gemeente durft het nu al aan om -zonder kaders- initiatieven volledig aan de markt over te laten? Of nog beter: welke gemeente durft het aan om haar inwoners de regie te geven als het gaat over de ontwikkeling van hun eigen wijk?

Meer maatwerk

Deze veranderende houding vraagt om een andere manier van kijken naar ruimtelijke ontwikkeling. Er is sprake van rolvervaging tussen initiatiefnemers, ontwerpers, financiers, beslissers, bouwers, toetsers, gebruikers en beheerders. Een ontwerper kan ook toetser zijn, een gebruiker initiatiefnemer, een financier tevens beheerder. Er zijn geen in beton gegoten stramienen meer, die bij iedere ontwikkeling een vaststaande route naar succes bewegwijzeren. Iedere verandering binnen de leefomgeving vraagt straks om maatwerk. Van de betrokkenen vraagt dat iets: een meer open houding naar elkaar. En een samenwerking die uitgaat van gelijkwaardigheid. En vooral dat laatste is nogal eens moeilijk.

Wennen

Een financier is gewend aan het credo ‘wie betaalt, die bepaalt’. Een beslisser handelt naar het paradigma ‘zonder bevoegdheid geen verantwoordelijkheid’. Toch zullen wij allemaal, dus ook deze partijen, moeten gaan inzien dat het zo eenvoudig niet meer ligt. Mensen zijn beter geïnformeerd dan ooit en weten beter wat ze willen. Wij zullen daarom met z’n allen moeten accepteren dat onze rollen veranderen en dat een andere houding van ons wordt gevraagd. Dat is wennen. Zowel voor partijen binnen als buiten het gemeentehuis. Zeker buiten het gemeentehuis is nog veel onbekendheid over de nieuwe wet en de nieuwe manier van werken. Als ik een vraag terugleg bij een initiatiefnemer, krijg ik maar al te vaak de reactie: “Maar jullie zijn toch de gemeente?” Daar is dus ook nog een wereld te winnen. De buitenwacht zal zich moeten gaan realiseren dat er kansen liggen, maar dat er dan wel andere dingen van hen worden gevraagd. En waarom daarmee wachten?

De lange termijn

In veel gemeentehuizen is de Omgevingswet wat op de achtergrond geraakt. Er zijn hier en daar wel werkgroepen opgezet, ‘we zijn ermee bezig’ wordt gezegd als ik ernaar vraag, sommige gemeenten hebben zelfs al een echt Omgevingsplan vastgesteld, maar de waan-van-de-dag haalt de focus van de lange-termijndoelstelling die er nog ligt: de gedragsverandering. Dat is jammer. En wel om twee redenen: de eerste reden is dat er geen tijd wordt genomen om te oefenen. En dat terwijl een gedragsverandering zo veel tijd vraagt. Er wordt gewacht tot de datum daar is en dan mag trail and error zijn werk doen. Jammer, want wie is daarvan de dupe? In ieder geval niet de mensen die een rol hebben in de implementatie van de wet. Maar wel de initiatiefnemer, de aanvrager en de bouwer: mensen die niet vragen om vertraging en achteraf onnodig gemaakte kosten. Als zij geconfronteerd worden met een niet goed voorbereide instantie, zal dat de samenwerking niet ten goede komen.

Betere plannen

Een tweede reden waarom het jammer is als wordt gewacht met het spelen met de nieuwe rollen, is dat de kans wordt gemist om nu al te starten met het maken van betere plannen. Beter passend in hun omgeving, beter voldoend aan de vraag, gezonder gefinancierd en met meer betrokkenheid tot stand gekomen. De nieuwe Omgevingswet is dan ook geen doel op zich. Het eigenlijke doel ligt daarachter: beter gedragen en afgewogen ontwikkelingen, tot stand gekomen via eenvoudiger procedures. Dus waarom wachten met de nieuwe rolverdeling? Waarom niet nu al die collega van Welzijn erbij vragen? Waarom niet nu al de gezondheidseffecten van die nieuwe weg laten doorrekenen? Waarom niet nu al de inwoners hun eigen wijk laten ontwerpen? Waarom niet nu al demografische analyseprogramma’s de ontwikkelrichting van een plan laten bepalen?

Kansen

De toekomst begint vandaag. Er is geen aanleiding om te gaan zitten wachten. Waarop? De naderende gemeenteraadsverkiezingen worden dikwijls als reden aangehaald om pas op de plaats te maken. Maar leent de vraag ‘Hoe gaan we om met onze leefomgeving en hoe zetten we onze mensen en middelen daarvoor zo efficiënt mogelijk in?’ zich niet bij uitstek als thema voor de naderende verkiezingsstrijd? Als politiek strateeg zou ik het wel weten. En als consultant ruimtelijke ordening trouwens ook. Het is tijd om te ontwaken uit onze winterslaap, de lente begint!


share



uw reactie

André Van der Heijden

André Van der Heijden


connect