Woningvoorraad met toekomstwaarde

 

Het Planbureau voor de leefomgeving stuurde vorige maand een waarschuwing de wereld in: Ergens tussen nu en 2040, afhankelijk van de regio, gaat het aantal huishoudens dalen. “Wees voorzichtig met het bouwen van nieuwe woningen, want het einde van de groei is in zicht”.

Tijdig anticiperen

Door de kop van het persbericht lag de nadruk misschien onbedoeld wéér op bouwen, terwijl het PBL bedoelt dat we beter naar de bestaande woningvoorraad moeten kijken. Het PBL adviseert regio’s en gemeenten tijdig te anticiperen op de bevolkingsontwikkeling om leegstand en sterke waardedaling te voorkomen.

Maar hoe doe je dat, tijdig anticiperen? De stadsregio Arnhem Nijmegen probeert daar nu al een antwoord op te geven.

Analyse

Tijdig anticiperen begint met het krijgen van een beeld van welke buurten en wijken in de toekomst niet meer aansluiten op de (woon)vraag. Op een bijeenkomst in Elst presenteerden EIB (Economisch Instituut voor de Bouw) en Companen onlangs de eerste resultaten van hun analyse waarbij ze proberen de toekomstwaarde van de woningvoorraad in beeld te brengen. De analyse omvat twee noodzakelijke delen:

  1. Een beeld van de ontwikkeling van de huishoudens en waar zij graag willen wonen. Daarvoor heeft EIB drie toekomstscenario’s geschreven voor de ontwikkeling van de huishoudens en in welke woningen en woonmilieus zij naar verwachting in 2040 willen wonen.
  2. Companen heeft een aantal kaartlagen op elkaar gelegd waarin bijvoorbeeld locatie, vierkante meterprijzen, aanpasbaarheid van woningen en dichtheid samen een voorspelling geven van de aantrekkelijkheid van buurten en wijken op de lange termijn.

Deze twee aspecten maken het mogelijk om in beeld te brengen waar in de toekomst de ontspanning op de woningmarkt gaat ontstaan. Welke plekken en welke segmenten worden kwetsbaar? Kort samengevat zijn het de kleine appartementen en eengezinswoningen, vooral in dichtbebouwde buurten buiten het centrum. Grotere woningen zijn toekomstbestendiger: als de prijs zakt worden die aantrekkelijk genoeg, kleinere woningen verliezen dan de “strijd” op de woningmarkt.

Het dak repareren als de zon schijnt

Maar wat te doen als je weet welke delen van je woningvoorraad kwetsbaar zijn…? Vaak is er nu nog niks aan de hand. Maar een oud spreekwoord geeft het goed aan, bijna letterlijk: “je moet het dak repareren als de zon schijnt”. We moeten nu anticiperen.

Hoe? Op de themabijeenkomst in Elst kwamen de eerste ideeën op tafel. Om te beginnen geen woningen meer bijbouwen die meer van hetzelfde zijn en het besef krijgen dat er op langere termijn minder woningen nodig zijn.

Voeg dus beperkt woningen toe en maak gebruik van opties voor tijdelijke huisvesting in beschikbaar vastgoed. Wellicht moeten corporaties sommige complexen nog even laten staan in plaats van te renoveren of te slopen. Houd ze nog een tijdje in leven zodat de woningen later goedkoop gesloopt kunnen worden. Dit zou een oplossing kunnen zijn voor de vraag naar sociale huurwoningen op de korte termijn.

En niet de minst belangrijke: denk nu vast na over financiering. Wie betaalt straks het uit de markt nemen van woningen.

De stadregio gaat de meest belovende ideeën doorrekenen. Wat is de meeste efficiënte manier om het dak te repareren? In december weten we meer. Een noodzakelijk vervolg op de steen in de vijver van het PBL.


share



uw reactie

Jan Provoost

Jan Provoost


connect