Actualiteiten omgevingsrecht – week 23

 

Moet de burgemeester aantonen dat er een loop is naar een drugspand (ECLI:NL:RVS:2020:1333)

Artikel 13b Opiumwet geeft de burgemeester de mogelijkheid om woningen te sluiten als in deze woningen drugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of daartoe aanwezig is. In de jurisprudentie en de literatuur is al voldoende geschreven over de woorden ‘daartoe aanwezig’. Als er drugs aangetroffen wordt in een woning welke de hoeveelheid van 5 gram softdrugs of 0,5 gram harddrugs overschrijdt dan moet er aangenomen worden dat er niet meer sprake is van een hoeveelheid voor eigen gebruik. Er is dan sprake van een handelshoeveelheid en dus ‘daartoe aanwezig’. De woning wordt dan geacht een rol te hebben in de keten van drugshandel. Door de sluiting van de woning ontneemt de burgemeester de bekendheid van de woning in het drugscircuit en wordt de ‘loop’ naar de woning eruit gehaald.

De vraag die rijst is of de burgemeester moet aantonen dat er ook werkelijk een loop naar de woning is. Een vaak gehoord argument van appellanten is namelijk dat er geen loop was omdat de drugs elders werd verkocht. Of dat er geen bewijs van ‘een loop’ is omdat bijvoorbeeld geen sprake is geweest van overlast. In de uitspraak van 3 juni 2020 bevestigt de Afdeling een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:2912). Het feit dat er sprake is van een handelshoeveelheid is voldoende om aan te nemen dat het pand een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd.


Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg onze LinkedIn bedrijfspagina of het nieuws op onze website.


share



uw reactie

Koen van Polanen


connect