Actualiteiten omgevingsrecht – week 23

 

Jurisprudentie

Termijnoverschrijding indienen zienswijze bestemmingplan verschoonbaar (ECLI:NL:RVS:2019:1887)

Bevestiging van vaste jurisprudentie van de ABRS. Een eventueel gebrek in een niet wettelijk verplichte kennisgeving kan alleen tot een verschoonbare termijnoverschrijding leiden als de indiener van de zienswijze door die kennisgeving op het verkeerde been is gezet. In dit geval kon uit de kennisgeving niet opgemaakt worden dat het gebied ook de directe woonomgeving van appellant betrof. Het niet indienen van een zienswijze is daarom verschoonbaar.

Oplegging last onder dwangsom in plaats van waarschuwing (ECLI:NL:RVS:2019:1870)

In een woning worden hennepplanten aangetroffen. Het aantal overschrijdt ruimschoots het aantal van de geoorloofde ‘thuisteler’. De gemeente legt een dwangsom op waarbij bij een eerst volgende overtreding een dwangsom van € 50.000 wordt verbeurd. Appellant voert aan dat dit niet in lijn met artikel 13B Opiumwet is. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b, eerste lid, Opiumwet maar ook uit een eerdere uitspraak van de ABRS blijkt dat bij een eerste overtreding niet direct tot een sluiting van de woning dient te worden overgegaan, maar dat in dat geval volstaan kan worden met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Het opleggen van een last onder dwangsom is in overeenstemming met de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b Opiumwet. Het kan dus aangemerkt worden als een soortgelijke maatregel.

Concurrentiebelang en belanghebbende (ECLI:NL:RVS:2019:1899)

De gemeente Amsterdam verleent aan de verhuurder van elektrische boten een omgevingsvergunning voor een drijvend aanmeerplatform. Een rederij met rondvaartboten gaat hiertegen in bezwaar, maar wordt door de gemeente niet ontvankelijk verklaard omdat deze geen belanghebbende zou zijn. De rederij is het hiermee oneens en stapt naar de rechterbank. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar de uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:348, dat degene wiens concurrentiebelang rechtstreeks bij een besluit is betrokken belanghebbende is en stelt de rederij in het gelijk.

De gemeente Amsterdam gaat in hoger beroep bij ABRS. De ABRS oordeelt dat beide partijen opereren in hetzelfde verzorgingsgebied, er is echter een verschil in aanbod omdat de aangeboden diensten op een aantal punten van elkaar verschillen waardoor beide bedrijven hun activiteiten niet in hetzelfde marktsegment ontplooien. Er is volgens de ABRS namelijk een verschil tussen bootverhuur zonder schipper aan individuen en individuele groepen met vrije keus van vaarroute en het aanbieden van rondvaarten met een schipper volgens vaste routes en via losse kaartverkoop. De enkele omstandigheid dat het in beide gevallen om recreatief, gemotoriseerd vervoer van personen over het water in Amsterdam gaat is onvoldoende om te spreken van een concurrentiebelang. De gemeente Amsterdam wordt hiermee in het gelijk gesteld.


Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg onze LinkedIn bedrijfspagina of het nieuws op onze website.


share



uw reactie

Guido Duijvestijn


connect