Herintroductie van het ministerie van VROM of behoud van lokale afwegingsruimte?

 

Begin maart riepen de Kamerleden Nijboer en Ronnes op tot de herintroductie van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Deze motie werd gesteund door de kamer met de achterliggende gedachte dat de opgave voor volkshuisvesting te omvangrijk is om ‘erbij’ te doen voor een minister. In haar reactie op Kamervragen op 26 augustus onderschrijft minister Ollongren deze redenering omdat er in de komende jaren 845.000 woningen bijgebouwd moet worden. Echter ziet zij het herintroduceren van het ministerie van VROM als een politieke aangelegenheid waar het nieuwe kabinet zich over mag gaan uitspreken.

 Tussen 1966 en 2001 bestond de Rijksplanologische Dienst (RPD), de denktank op nationaal niveau over ruimtelijke ordening van Nederland met onder andere als taak de bestemmingsplannen van gemeenten te controleren. Een terugkeer van de RPD zou volgens minister Ollongren dan ook niet wenselijk zijn, mede omdat het de gedachtegang van de Omgevingswet in de weg staat. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worden de beleidskaders weergegeven voor de ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland. Deze kaders zouden in principe voldoende richting en houvast moeten bieden voor gemeenten, zodat controles vanuit het Rijk op hun visies en plannen onnodig is. Het pleiten voor de herintroductie van de RPD ligt dan ook niet in lijn met het subsidiariteitsbeginsel van de Omgevingswet: decentraal, tenzij.  

Omgevingswet beoogd autonomie

Maar waarom dan toch het pleidooi voor de herintroductie voor het ministerie van VROM? De opgave voor woningbouw is inderdaad dringend en te groot om alleen als een bijzaak of ‘moetje’ voor een minister te worden gezien. In de huidige situatie is dit echter ook niet het geval. De vraag om meer woningen is de afgelopen jaren hard gegroeid, maar er wordt nationaal ook al fors geïnvesteerd in nieuwbouwprojecten. Bijvoorbeeld in Nijmegen, waar in de oevers van Lent binnen no-time hele woonwijken ontwikkeld zijn. Dit wil niet zeggen dat met een wijk hier en daar het hele probleem zomaar is opgelost, maar het roept wel vraagtekens op over de herintroductie van het ministerie. Wat zou een dergelijk ministerie dan anders doen om het woningtekort op te lossen? Het lijkt erop dat dit alleen zou leiden tot meer inmenging in de decentrale plannen van gemeenten, die juist méér autonomie zouden krijgen met de invoering van de Omgevingswet. 

Nationaal Woningbouwprogramma? 

Naast de herintroductie zou de aanpak van het woningtekort ook in de vorm van een programma kunnen komen. De NOVI onderschrijft het probleem van woningtekort en stelt dat er voor 2035 zo’n 1.1 miljoen nieuwe woningen gebouwd moeten worden. Hierbij blijft het Rijk verantwoordelijk voor de kaders voor de provincies en gemeenten en de investeringen in de hoofdinfrastructuur van het land. De gemeenten en provincies zelf zijn wel verantwoordelijk voor het uitwerken van de kaders die het Rijk hen meegeeft. Dit gold oorspronkelijk ook voor de energiestrategie voor de regio’s, om de doelstellingen uit het Nationale Klimaatakkoord te bereiken voor 2030. Om kaders te stellen en meer richting te geven is vorig jaar het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie in leven geroepen. Op regionaal niveau wordt nu samengewerkt, en doormiddel van het nationale programma wordt geborgd dat de gezamenlijke doelstellingen worden gehaald. Ons rest nu de vraag: zien we na de verkiezingen ook een Nationaal Woningbouwprogramma tegemoet, onder leiding van een minister van VROM?

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neemt u dan contact op met Eva Jongsma, junior adviseur leefomgeving.

share



uw reactie

Eva Jongsma


connect