Maak je beleid omgevingswetproof, daar wordt het voor iedereen leuker van

 

Het zou een mooi scrabblewoord kunnen zijn: omgevingswetproof. Maar het is ook een serieus thema. We krijgen van beleidsmakers bij gemeenten op gebieden zoals sport en welzijn steeds vaker de vraag hoe zij hun beleid af kunnen stemmen op de Omgevingswet.

De Omgevingswet gaat waarschijnlijk in 2021, over ruim anderhalf jaar dus, in werking. Centraal staat dat de fysieke leefomgeving niet meer als een verzameling stenen wordt gezien, maar als een integraal geheel met alle belangen die er spelen. Om te voorkomen dat gemeentes al hun beleid volgend jaar opnieuw op moeten stellen, is het verstandig dat ze er nu al op inspelen. Juist ook op terreinen die slechts zijdelings met de fysieke leefomgeving te maken hebben.

Ik adviseer onder andere een sportbeleidsmedewerker die hiermee te maken heeft. Hij moet een nieuwe sportnota opstellen en weet dat hij de koppeling moet maken tussen de sportvoorzieningen en een onderwerp zoals gezondheid. Dan spelen er allerlei belangrijke vragen. Wat is de functie van een sportaccommodatie in een wijk? Hoe kan de gezondheid in een wijk worden verbeterd? Kunnen verenigingen daarin een rol spelen? Kan een accommodatie voor meerdere doelen gebruikt worden?

Samenwerking

Het is dan belangrijk om je niet meer alleen met je eigen vakgebied bezig te houden, maar de samenwerking met collega’s op te zoeken. De sportnota waarover ik het had staat niet meer op zich, maar moet onderdeel zijn van de omgevingsvisie van een gemeente. Je begint dus niet bij de accommodatie of de vereniging, maar bij wat je met elkaar hebt afgesproken over de fysieke leefomgeving.

De nota is vervolgens een uitvoeringsprogramma van die visie. Hoe voeren we uit wat we samen hebben afgesproken? Zijn daar subsidies voor nodig? Of afspraken met verenigingen of zorgpartijen? Vervolgens kijk je naar de regels die daarvoor in het omgevingsplan nodig zijn. De beleidsnota is dan onderdeel van het grotere geheel en bevindt zicht tussen de omgevingsvisie aan de bovenkant en het omgevingsplan met de regelgeving aan de onderkant.

De Omgevingswet, een integrale blik

Niet alleen bij sportbeleid is een integrale blik nodig. Bij een buurthuis gaat het niet alleen om het gebouw zelf, maar ook om de sociale functie. Groenbeheer speelt ook een rol in de gezondheid van wijken en moet je dus niet alleen technisch bekijken. Voor de gezondheid zou het kunnen zijn dat je vastlegt dat er binnen een bepaalde straal rond een school geen snackbar of coffeeshop mag komen. En ook het thema duurzaamheid speelt bij elk gebouw en accommodatie een rol, dus ook daarin moet je buiten je eigen grenzen kijken.

Dat vraagt om een andere manier van kijken en denken. Voordat je begint met het schrijven van beleid moet je bedenken welke collega’s je nodig hebt. Je breder laten informeren en samenwerken zijn cruciaal.

Alleen maar leuker

Je kunt dat als een belemmering zien, maar als je het mij vraagt wordt het er alleen maar leuker op. Je trekt niet alleen op, maar werkt samen aan een doel. De inwoners zijn daar ook bij gebaat, want er is in een vroeg stadium meer duidelijkheid. Je kunt hierdoor ook voorkomen dat alles met regeltjes dichtgetimmerd moet worden.

De Omgevingswet is simpelweg een logisch gevolg van een veranderende samenleving die meer inspraak wil. De wet vraagt erom dat je in gesprek gaat met de gebruikers en niet vanachter je bureau aannames doet over wat mensen willen. Dat biedt mooie kansen voor beter beleid.

De sportmedewerker die ik adviseer wil nu een avond gaan organiseren met alle sportverenigingen om te horen waar ze in de praktijk tegenaan lopen. Dat zal regelmatig ook op het terrein van een collega van hem liggen en dan is er dus samenwerking nodig. Dat is beleid maken nieuwe stijl. En dan ben je klaar voor de Omgevingswet.


share



uw reactie

Ron Visscher


connect