Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (private kwaliteitsborging)

 

Aanleiding Kwaliteitsborging

Van oudsher kent het stelsel van kwaliteitsborging in de bouw een sterke eigen verantwoordelijkheid voor private partijen. In dit kader organiseerden private partijen aanvankelijk ook zelf vormen van kwaliteitscontrole. Dit kwam bijvoorbeeld tot uiting in de rol van de architect als bouwmeester, de aanwijzing van een hoofdconstructeur en het namens de opdrachtgever op de bouw aanwezige toezicht. Naast deze eigen verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit toetsten gemeenten, als bevoegd gezag, in het kader van hun publieke taak bouwplannen voorafgaand aan het bouwproces en hielden zij toezicht tijdens de bouw.

In de visie van de regering werkt dit systeem inmiddels niet meer optimaal. Tegelijkertijd is het bouwproces complexer geworden en steeds meer versnipperd geraakt. In geval van gebreken ontstaat bij partijen al snel de neiging om naar elkaar te wijzen. Hierdoor is in de praktijk in veel gevallen niet helder wie de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een bouwwerk draagt.

 

Waarom kwaliteitsborging?

Jarenlang is door achtereenvolgende regeringen ingezet op verbetering van de borging van de publieke belangen. Uit oogpunt van de hiermee beoogde verbetering van de bouwkwaliteit heeft dit naar het oordeel van deze regering onvoldoende opgeleverd. Daarbij biedt het huidige stelsel aan bouwende partijen die dit willen, de mogelijkheid zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit, doordat de verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit onvoldoende helder is belegd.

Private kwaliteitsborging beoogt met verbetering van de kwaliteitsborging aan te sluiten bij dat deel van de huidige bouwpraktijk waarbij private partijen met oog voor een goede bouwkwaliteit werken aan bouwprojecten. Door de verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit scherper bij bouwbedrijven te leggen, wordt aangesloten bij de ontwikkelingen in de bouwsector van de afgelopen periode. Daarbij hebben bouwende partijen zelf de kennis, ervaring en mogelijkheden in het bouwproces om een goede bouwkwaliteit te waarborgen. Op deze wijze zal de met dit wetsvoorstel beoogde verbetering van de kwaliteitsborging de situatie herstellen, waarbij de bouwsector zelf expliciet verantwoordelijk is voor de bouwkwaliteit. Een nieuw stelsel van naleving, toezicht en handhaving en aansprakelijkheid zal meer prikkels aan de bouwsector moeten geven om kwalitatief goede bouwwerken op te leveren.

 

Aansprakelijkheid na oplevering

Op dit moment is de aannemer volgens de wettelijke regeling niet meer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering redelijkerwijs opgemerkt hadden kunnen worden. Was een gebrek redelijkerwijs zichtbaar, maar is het niet gemeld? Dan is de aannemer ontslagen van al zijn verplichtingen. De bewijslast ligt in dit geval bij de opdrachtgever. Die moet bewijzen dat er een gebrek is en dat het niet bij de oplevering al zichtbaar was.

In de nieuwe wet wordt dit omgedraaid: de aannemer is aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering niet zijn ontdekt, tenzij ze niet aan hem zijn toe te rekenen. Nu zal de aannemer moeten stellen en bewijzen dat het gebrek of dat het ontstaan van het gebrek niet aan hem is toe te rekenen. Het subjectieve element is ook verwijderd: het gaat om gebreken die niet zijn ontdekt, niet – zoals nu – om gebreken die redelijkerwijs ontdekt hadden moeten worden. Het doel is om de opdrachtgever meer in bescherming te nemen daar deze niet kundig is en gebreken niet snel kan zien.

 

Verwachte effecten van de regeling

Het wetsvoorstel heeft gevolgen voor burgers en bedrijven. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen hoeven niet langer gegevens te worden verlangd waaruit blijkt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. De aannemer wijst een kwaliteitsborger aan die de toetsing (Bouwbesluit) en toezicht tijdens het bouwproces houdt. De betreffende kwaliteitsborger moet werken met een goedgekeurd instrument dat is getoetst door een toelatingsorganisatie, georganiseerd door het Rijk. Aangetoond moet worden met welk toegelaten instrument en met welke kwaliteitsborger wordt gewerkt. De kwaliteitsborger moet de vergunninghouder een ‘ verklaring gereedmelding’ overhandigen bij het gereedkomen van het bouwwerk. De verklaring gaat samen met het opleverdossier “as built” naar de gemeenten. Op dat moment is er een gerechtmatigd vertrouwen dat het bouwwerk voldoet aan het Bouwbesluit.

Het wetsvoorstel brengt extra nalevingskosten met zich mee voor bedrijven die aan kwaliteitsborging doen, omdat zij kosten zullen maken voor het ontwikkelen van instrumenten die aan de wettelijke criteria dienen te voldoen om tot het stelsel toegelaten te worden. Daarnaast is een vermindering van de nalevingskosten voorzien, omdat niet langer alle huidige gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het bouwwerk zal voldoen aan de bouwtechnische voorschriften hoeven te worden overlegd. Ook hoeft niet voor elke bouwtechnische wijziging van het bouwplan een wijziging van de vergunning te worden aangevraagd.

Het voorstel heeft verder gevolgen voor gemeenten, bevoegd gezag ten aanzien van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Zij toetsen in het voorgenomen stelsel niet langer aan bouwtechnische voorschriften en zij houden geen toezicht meer op het bouwen tijdens de bouw wat betreft de naleving van die voorschriften. In plaats daarvan toetsen zij of toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging worden toegepast die geschikt zijn voor de risicoklasse van het bouwwerk en of de gekozen kwaliteitsborger gerechtigd is om het instrument toe te passen. Voor het behandelen van vergunningaanvragen zijn dus minder ambtenaren met een bouwtechnische achtergrond nodig. Gemeenten houden bij vergunningverlening wel hun taken in het kader van de toetsing aan bestemmingplannen, bouwverordening, welstand en omgevingsveiligheid. Een groot deel van de werkzaamheden in het kader van de vergunningverlening voor het bouwen zal dus blijven bestaan. Gemeenten houden ook het toezicht en de handhaving voor de bestaande bouw.

 

Afbeelding2

 

Hoe ziet het wetsvoorstel eruit ?

  1. Onderdelen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen:
  • Wijziging burgerlijk wetboek
  • Nieuw stelsel kwaliteitsborging
  1. Wet gaat gelden voor aangewezen categorieën;
  2. Kwaliteitsborging op basis van toegelaten instrumenten;
  3. Eisen aan instrumenten bij wet vastgelegd:
  • Transparant, reproduceerbaar, onafhankelijk
  1. Toelatingsorganisatie ziet toe op het stelsel.

 

Wanneer wordt het wetsvoorstel behandeld?

  • Tweede Kamer bespreekt wetsvoorstel 1e helft 2016
  • Inwerkingtreding stelsel gepland op: 1-1-2017
    • Toelatingsorganisatie van start

Het bouwproces vergt niet alleen juridische en bouwkundige kennis van de Wabo en het Bouwbesluit, maar ook creativiteit zodat meegedacht kan worden met de klant aan uw balie. Onze omgevingsspecialisten beheersen deze kennis en vaardigheden. Wilt u meer informatie over ondersteuning van Ruimtemeesters in het bouwproces? Neem dan contact op via 088-4002800 of mail naar welkom@ruimtemeesters.nl

 

 

 


share



2 reacties:

Als voorzitter van de Branche Bouwkundige Inspectiebureaus heb ik de volgende vragen:
1. Ligt de Wet Kwaliteitsborging nog op tijdschema?
2. Opleidingen voor de “kwaliteitsborgers”, registerinschrijving?
3. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering?
4. Online tools voor deze BRL 5019?

Drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging bouwen wordt de wet geevalueerd. Als blijkt dat private kwaliteitsborging goed werkt, dan wordt het stelsel ook ingevoerd voor complexe bouwwerken. Het stelsel wordt op termijn onderdeel van de Omgevingswet.

uw reactie

Koen van Polanen


connect