Actualiteiten Omgevingsrecht – Week 40 | 2021

Jurisprudentie Omgevingsrecht

 

Haag voldoende voor voorkomen hinder inschijnend licht – ECLI:NL:RVS:2021:2240

In een tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad van de gemeente Ameland opgedragen om een gebrek aan een besluit te herstellen. Het besluit was in strijd met de zorgvuldigheidsplicht, omdat in het inrichtingsplan niet was opgenomen hoe hoog de haag moest zijn, die moet zorgen voor het beperken van hinder door inschijnende koplampen bij woningen naast een parkeerterrein. De raad heeft in de planregels deze hoogte vervolgens vastgesteld op 1,00 meter. Appellant voert aan dat een haag met de hoogte van minimaal 1,00 meter onvoldoende is om hinder van inschijnend licht te voorkomen. De Afdeling oordeelt dat een bladhoudende ligusterhaag met een hoogte van 1 meter inschijnend licht in woningen zo goed als mogelijk kan wegnemen. Dat er op het parkeerterrein ook bestelbusjes en 4×4 auto’s geparkeerd zullen worden, waarbij de koplampen hoger gevestigd zitten, leidt niet tot een andere conclusie. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat het parkeerterrein voornamelijk gebruikt zal worden door personenauto’s en dat hinder van eventueel direct inschijnend licht niet het gehele jaar zal voorkomen. De hinder die zich zou kunnen voordoen door hoger gevestigde koplampen zal zich in beperkte mate voordoen.

 

Onevenredige aantasting daklandschap – ECLI:NL:RVS:2021:2241

Het college van B&W heeft een omgevingsvergunning voor het plaatsen van twee airco-units en een afrastering geweigerd, omdat het daklandschap onevenredig zou aantasten. Appellant is het hier niet mee eens. De Afdeling oordeelt dat het college van B&W zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat daklandschap niet onevenredig wordt aangetast. Het college heeft in aanmerking kunnen nemen dat met de airco-units het daklandschap rommeliger wordt. Daarnaast is er sprake van een gemeentelijk monument, kan het appartement ook op alternatieve, inpandige manieren verwarmd en/of gekoeld worden en zijn de airco-units te zien vanaf de openbare ruimte en omliggende gebouwen. Daarbij is uit het oogpunt van het monumentale karakter van het pand voorgeschreven dat de afrastering van het dakterras transparant moet worden uitgevoerd. Dat brengt mee dat ook airco-units die op het dakterras zijn geplaatst een zichtbaar, onderscheidend, element in het daklandschap vormen.

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg ons op LinkedIn of schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief om niets te missen!
Hulp of advies nodig? Onze experts zijn er om te helpen! Neem contact met ons op. 

Gepubliceerd op okt 11, 2021 en geschreven door:
Tessa van Hooijdonk

Tessa van Hooijdonk

Junior Adviseur Omgevingsrecht

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nieuwsbriefinschrijving

Neem contact op.

Contactformulier