Voedselgezondheid in het omgevingsplan 

De Covid-19-pandemie heeft de samenleving veel lessen en vernieuwde bewustwording gebracht. Niet in de laatste plaats het niet vanzelfsprekend zijn van een goede gezondheid en – in dat licht – de urgentie van het tegengaan van overgewicht en het bevorderen van gezond eten. Voor een goed functionerend immuunsysteem zijn nu eenmaal gezond eten, voldoende beweging en slaap, de belangrijkste elementen. Staatssecretaris Paul Blokhuis heeft op 4 juni 2021 de Kamer geïnformeerd over de resultaten van een eerste verkenning naar de juridische mogelijkheden voor een gezonde voedselomgeving. Dit onder andere in reactie op de vraag van wethouders van enkele grote steden naar handvatten om – vanuit een ruimtelijk ordeningsperspectief of in de context van de Warenwet – een gezonde voedselomgeving mogelijk te maken.

De rijksoverheid heeft eind 2018 samen met meer dan 70 maatschappelijke organisaties het Nationaal Preventieakkoord gesloten, met als doel het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Het akkoord moet al bestaande programma’s (bijvoorbeeld ‘Gezonde school’) versnellen. Het RIVM monitort de voortgang, die periodiek wordt gerapporteerd. Om het percentage personen met overgewicht en obesitas in Nederland te verlagen zijn diverse acties opgesteld om het voedselaanbod in verschillende onderdelen van de samenleving gezonder te maken (denk aan kinderopvang, sportkantine, ziekenhuis en (tank-)station).

Er zijn echter méér maatregelen nodig, niet alleen maatregelen die positief gedrag stimuleren, maar ook die negatieve keuzes onmogelijk(er) maken. De rechtvaardiging voor een sterkere overheidssturing op het punt van de gezonde(re) voedselomgeving, wordt gevonden in het feit dat onbewuste processen voor de gemiddelde Nederlander een belemmering vormen om rationele keuzes te maken, gecombineerd met het feit dat de individuele consument geen invloed heeft op de inrichting van de omgeving en de samenstelling van het aanbod.

Eén van de maatregelen die denkbaar zijn, is om op minder plaatsen fastfood te verkopen. Maar, kan dit straks in een omgevingsplan planologisch gestuurd worden? Het instrumentarium van de Omgevingswet is mede gericht op het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Daaronder wordt volgens de MvT verstaan: een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. In artikel 2.1, vierde lid, van de Omgevingswet is het belang van gezondheid onderstreept: ‘Bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.’ Gaat dit dan zo ver dat via het omgevingswet-instrumentarium de locaties kunnen worden gereguleerd waar ongezonde levensmiddelen voor directe consumptie wel/niet kunnen worden aangeboden?

Bij de huidige versie van de Omgevingswet nog niet, aldus de staatssecretaris. Onder de Wro is ‘aanbod’-sturing alleen mogelijk als daar ruimtelijk relevante argumenten voor zijn en er geen sprake is van strijd met de Europese Dienstenrichtlijn, denk bijvoorbeeld aan het niet mogelijk maken van een snackbar als daardoor onaanvaardbare geluid- of stankoverlast gaat plaatsvinden, of ongewenste verkeersbewegingen. Onder de Omgevingswet is het afwegingskader weliswaar uitgebreid tot argumenten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, dit strekt – volgens de staatssecretaris – niet zover dat in bepaalde gemeentelijke gebieden het aanbod van ongezonde voedingsmiddelen kan worden geweerd uitsluitend vanwege de schadelijke effecten van consumptie daarvan op de volksgezondheid.

Toch is er wel behoefte aan het – op basis van een gezondheidsmotief – ruimtelijk reguleren, waar een bepaalde vorm van voedingsaanbod wel en niet is toegestaan. De staatssecretaris gaat nader bezien op welke wijze een goede wettelijke uitwerking mogelijk is, door het opnemen in (een aanvulling op) de Omgevingswet van een rechtstreekse grondslag of, meer indirect, via een instructieregel. Er liggen namelijk enkele voor de hand liggende haken en ogen voor het oprapen… denk alleen al aan vragen zoals: wat verstaan we onder ongezond; hoe wordt een vestigingsaanvraag beoordeeld en hoe blijft het handhaafbaar? In overeenstemming met de Omgevingswetaanpak zullen bovendien enkele gemeenten in de vorm van pilots (binnen de City Deal Voedsel) gaan experimenteren.

Wij zijn erg benieuwd naar de resultaten daarvan. Mogelijk krijgt het aspect ‘gezondheid’ in de Omgevingswet daarmee een concretere uitwerking.

Gepubliceerd op jun 16, 2021 en geschreven door:
Miranda Pals-Reiniers

Miranda Pals-Reiniers

Senior jurist omgevingsrecht

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nieuwsbriefinschrijving

Neem contact op.

Contactformulier