Actualiteiten Omgevingsrecht – Week 21 | 2022

Jurisprudentie Omgevingsrecht

 

Beslissing op aanvraag omgevingsvergunning (ECLI:NL:RVS:2022:1489)

Het college van de gemeente Tynaarlo heeft een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een seizoensgebonden kiosk en toiletunit voor de duur van vijf jaar. Een nabijgelegen bedrijf (hierna appellant) is het hier niet mee eens. Appellant stelt dat voor deze activiteiten in het verleden eerder een omgevingsvergunningaanvraag is gedaan. Het college heeft zich bij vergunningverlening op deze eerdere aanvraag gebaseerd, terwijl dit afwijkt van kiosk en de toiletruimte die nu geplaatst gaan worden. Om deze reden had de aanvraag niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, op grond van artikel 4:5 lid 1 Awb.
De Afdeling stelt dat er geen mogelijkheid bestaat voor een niet-ontvankelijkheidsverklaring in de Awb. Een aanvraag kan worden toegewezen, afgewezen of buiten behandeling worden gelaten. Daarnaast betekent een dergelijke melding niet dat de aanvraag onvoldoende informatie bevatte om deze te kunnen beoordelen. Daarom ziet de Afdeling geen reden voor het college om de aanvraag niet in behandeling te kunnen nemen.

In de aanvraag om een omgevingsvergunning is aangegeven dat het initiatief een seizoensgebonden bouwwerk betreft. Hiervoor geldt dat een welstandsadvies nodig is, ingevolge artikel 2.10 lid 1 onder de Wabo. Het college heeft echter nagelaten om welstandadvies aan te vragen. Daarom heeft de rechtbank besloten dat het college een nieuwe beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning moest nemen. Dit heeft zij gedaan en de kiosk en toiletunit vergund als niet-seizoensgebonden bouwwerken, omdat de initiatiefnemer later heeft medegedeeld dat het niet de bedoeling is om de units periodiek te verwijderen. Appellant stelt dat in dit geval sprake is van een wijziging van de aanvraag, namelijk van een aanvraag voor seizoensgebonden bouwwerken naar een aanvraag voor niet-seizoensgebonden bouwwerken. Om deze reden had een nieuwe vergunningsprocedure gestart moeten worden. Net als bij een uitspraak van week 19 jl. volgt de Afdeling dezelfde lijn en overweegt dat ‘geen nieuwe aanvraag nodig als de wijziging van het bouwplan van ondergeschikte aard is en dient de vraag of de wijziging van ondergeschikte aard is, per concreet geval te worden beantwoord. Indien de wijziging van de oorspronkelijke aanvraag zo ingrijpend is dat redelijkerwijs niet meer van hetzelfde bouwplan kan worden gesproken, moet daarvoor een nieuwe aanvraag worden ingediend’. In dit geval is de wijziging niet van ondergeschikte aard, omdat de bouwwerken hiermee een blijvende ruimtelijke uitstraling hebben. Er is daarom een nieuwe omgevingsvergunningaanvraag nodig.

Strijdig gebruik (ECLI:NL:RVS:2022:1465)

Naar aanleiding van een verzoek tot handhaving heeft het college van de gemeente Meijerijstad een last onder dwangsom opgelegd aan de eigenaar van een perceel. Uit rapporten van de toezichthouders blijkt dat hij in zijn tuin vijf hokken en een schuur heeft staan waarin hij tussen de 50 en 83 dieren houdt, waaronder kippen, kuikens, hanen en duiven. Hierdoor was sprake van geurhinder.
Volgens het college is er sprake van strijd met het bestemmingsplan. Het perceel heeft namelijk de bestemming “Wonen” op grond waarvan hobbymatig dieren mogen worden gehouden. Echter, de tuin is ongeveer 80 m² en dit is volgens het college te klein voor het aantal dieren dat aanwezig is. Daarnaast tast dit het woongenot van de buurtbewoners aan. Het college gelast de eigenaar daarom om het perceel schoon te maken en schoon te houden. Voorts dient het aantal dieren teruggebracht te worden tot een maximum van acht dieren. Dit aantal heeft immers een zodanig geringe ruimtelijke uitstraling op de omgeving, dat dit verenigbaar is met de woonbestemming.

Volgens de eigenaar is de bestaande situatie wél in overeenstemming met de woonbestemming. Bovendien blijkt uit de rapporten onvoldoende dat sprake is van strijdig gebruik. Ook is er geen geuronderzoek uitgevoerd, waardoor het rapport subjectief is. Tot slot is het in een dichtbevolkt land als Nederland gebruikelijk dat er enige hinder van buren te verwachten is. De eigenaar stelt voorts dat gestelde maximum van acht dieren te ver gaat.

De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van het perceel voor het houden van 50-83 dieren, gezien de aard, omvang en intensiteit van het gebruik, in strijd is met de bestemming “wonen”. Hierbij heeft de rechtbank verwezen naar een eerdere uitspraak van de Afdeling, waarin is geoordeeld dat ‘de vraag of iets in strijd is met de bestemming, beoordeeld dient te worden aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van die aard is dat deze planologisch gezien niet meer valt te rijmen met de (woon)functie van het betrokken perceel’.

Verder is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat het maximum van acht dieren niet onredelijk is, gezien de beperkte grootte van het perceel, de wijze waarop de dieren worden gehouden en de korte afstand tot de naburige aangrenzende achtertuinen. Wanneer het aantal dieren wordt verlaagd, dan is dit volgens de Afdeling echter niet zodanig in strijd met de woonbestemming dat het noodzakelijk is om iedere dag het erf en de bodem schoon te maken. Deze last gaat volgens de Afdeling wél te ver. Ook hierbij heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling gekeken naar het gebruik van het perceel, gelet op de aard, omvang en intensiteit.

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg ons op LinkedIn of schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief om niets te missen!
Hulp of advies nodig? Onze experts zijn er om te helpen! Neem contact met ons op. 

Klaar voor een nieuwe uitdaging? Bekijk de openstaande juridische vacatures:

Ondernemende Jurist
Senior Jurist Omgevingsrecht
Medior Jurist Omgevingsrecht
Medior Jurist Handhaving
Medior Casemanager Wabo
Junior Jurist
Juridisch Adviseur Omgevingsrecht

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gepubliceerd op mei 31, 2022 en geschreven door:
Koen van Polanen

Koen van Polanen

Directeur / Juridisch Adviseur

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nieuwsbriefinschrijving