Actualiteiten Omgevingsrecht – Week 26

Handhavingsverzoek tegen aanbouw onderburen (ECLI:NL:RVS:2021:1410)

Om te bewijzen dat het college B&W van Amsterdam verplicht was tot het overgaan tot handhaving tegen het plaatsen van een aanbouw zonder omgevingsvergunning door de onderburen van appellant, heeft appellant foto’s aangevoerd waarop te zien is dat de onderburen nog niet waren gestart met de bouwwerkzaamheden op 25 maart 2018. De aanbouw kon namelijk vergunningsvrij gerealiseerd worden, indien de werkzaamheden waren gestart voor 1 april 2018. Dit is een erg zwakke grond en de Afdeling maakt hier logischerwijs korte metten mee. Dat op de foto’s geen bouwwerkzaamheden te zien zijn, betekent volgens de Afdeling niet dat de bouwwerkzaamheden nog niet gestart waren. Bovendien zou er in de periode tussen 25 maart 2018 en 1 april 2018 alsnog gestart kunnen zijn met de bouwwerkzaamheden. Het handhavingsverzoek is dus terecht afgewezen, waardoor de gemeente Amsterdam niet verplicht was over te gaan tot handhaving.

 

Uitbreiding restaurant in strijd met beleid (ECLI:NL:RVS:2021:1379)

De afdeling heeft geoordeeld dat de weigering door het college van B&W van Amsterdam voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een pannenkoekenrestaurant naar de kelder en eerste verdieping van het pand waar het restaurant is gevestigd, past binnen het gevoerde beleid. Het beleid is gericht op het creëren van meer functiemenging. In het gebied heeft de bestemming “horeca” de overhand, waardoor het college van B&W uitbreiding van horeca tegen wil gaan met het gevoerde beleid. Het betreft hier geen aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een nieuw restaurant, maar een aanvraag voor de uitbreiding van een bestaand restaurant. De Afdeling oordeelt dat ook deze uitbreiding in strijd is met het gevoerde beleid door het college van B&W en dat het college van B&W de omgevingsvergunning daarmee in redelijkheid heeft kunnen weigeren.

 

Handvat voor het maken van belangenafweging (ECLI:NL:RVS:2021:1393)

Twee personen bezitten een landgoed gelegen in de gemeente Houten. Het college van B&W heeft aan één van de bezitters een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van het landhuis ten behoeve van horeca. De medebezitter van het landgoed stelt onevenredig in zijn belangen te worden geschaad door de verlening van de omgevingsvergunning. De Afdeling is het hiermee eens en oordeelt dat het college van B&W onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de belangen van beide partijen zijn afgewogen. De Afdeling heeft daaraan toegevoegd dat, om in dit specifieke geval een zorgvuldige belangenafweging te maken, het college van B&W aan het volgende aandacht moet besteden:

  • het onderscheid tussen de horeca-exploitatie binnen en buiten;
  • het aantal dagen per week waarop horeca ruimtelijk aanvaardbaar is;
  • de verschillende dagdelen waarop de horeca wordt toegestaan;
  • op welke locaties al dan niet muziek is toegestaan;
  • wat de eindtijden zijn.

 

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg ons op LinkedIn of schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief om niets te missen!
Hulp of advies nodig? Onze experts zijn er om te helpen! Neem contact met ons op. 

Gepubliceerd op jul 5, 2021 en geschreven door:
Tessa van Hooijdonk

Tessa van Hooijdonk

Junior adviseur Omgevingsrecht

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nieuwsbriefinschrijving

Neem contact op.

Contactformulier