Mike fotoshoot

Verhaal

Stikstofplannen kabinet-Jetten: wat betekent dit voor jouw gemeente?

Stevige maatregelen zijn volgens het kabinet onvermijdelijk om Nederland van het stikstofslot te halen en de natuur te herstellen. Maar wat zijn die nieuwe plannen en wat betekenen ze voor gemeenten?

De stikstofdiscussie houdt Nederland al jaren in haar greep. Provincies hebben het verlenen van Natura 2000-vergunningen al enige tijd gedwongen op moeten schorten terwijl de druk op de natuur verder toeneemt. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld agrariërs die plannen willen maken voor de toekomst en ontwikkelaars die woningen willen bouwen. Met de nieuwe plannen van het kabinet-Jetten wil de overheid de impasse doorbreken. Stevige maatregelen zijn volgens het kabinet onvermijdelijk om Nederland van het stikstofslot te halen en de natuur te herstellen. Maar wat zijn die nieuwe plannen en wat betekenen ze voor gemeenten?

De Nederlandse stikstofcrisis is het gevolg van een langdurig te hoge stikstofdepositie op kwetsbare Natura 2000-gebieden. Een belangrijke achterliggende oorzaak hiervan is het naoorlogse landbouwbeleid, waardoor agrariërs werden gestimuleerd om aan schaalvergroting en intensivering te doen.

Om vergunningen te kunnen blijven verlenen is in 2015 het Programma Aanpak Stikstof bedacht. Het uitgangspunt van dit programma bestond uit toekomstige afname van stikstofdepositie. In 2019 verklaarde de Raad van State deze aanpak ongeldig. Door deze uitspraak moeten nieuwe activiteiten aantonen dat zij geen schadelijke gevolgen hebben voor beschermde natuur. In 2024 werd de vergunningverlening verder aangescherpt door een uitspraak over intern salderen. Hierdoor moet eerst worden beoordeeld of vrijgekomen stikstofruimte nodig is voor natuurherstel. Als gevolg hiervan is de vergunningverlening voor activiteiten met mogelijke stikstofeffecten grotendeels stilgevallen, waardoor onder meer verduurzaming of uitbreiding van agrarische bedrijven, woningbouw en infrastructuurprojecten vertraging oplopen.

De afgelopen vrijdag gepresenteerde stikstofplannen van het kabinet moeten ervoor zorgen dat de vergunningverlening van Natura 2000-activiteiten weer kan worden hervat en Nederland van het spreekwoordelijke stikstofslot af kan.

De kern van het stikstofplan is het verleggen van het accent van de depositie op natuur, naar uitstoot bij de bron.

Vanaf 2035 krijgen melkveehouderijen op bedrijfsniveau te maken met normen voor de uitstoot van ammoniak en CO2. Begin 2027 komt het kabinet-Jetten met soortgelijke normen voor pluimvee-, varkens- en kalverhouderijen.

Het kabinet heeft gekozen voor zowel een generieke als specifieke aanpak. Zo zal er vanaf 2032 voor alle melkveehouders een nieuwe grondgebondenheidsnorm gelden van 2,6 GVE/ha. Rondom Natura 2000-gebieden komt een zone waarbinnen aanvullende voorwaarden gelden. Voor circa 15 gebieden geldt een zone van 1.000 meter, rond circa 85 gebieden geldt een zone van 500 meter.

Het kabinet heeft in de stikstofplannen een budget van ruim 2,7 miljard euro gereserveerd voor een nieuwe beëindigingsregeling. Ter vergelijking, voor de LBV en LBV-plusregeling is uiteindelijk een bedrag van 2,9 miljard euro gebruikt. Het is nog niet duidelijk welke bedrijven in aanmerking zullen komen voor die beëindigingsregeling. De kans is groot dat in eerste instantie de bedrijven binnen de 1.000 zone hiervoor in aanmerking zullen komen.

Deze maatregelen zullen voor uitdagingen zorgen in gebieden waar landbouwgrond schaars is. Gemeenten zullen hun grondbeleid moeten heroverwegen. Daar waar agrariërs stoppen komen gronden vrij, kijkend naar de nieuwe norm voor grondgebondenheid ontstaan al snel nieuwe claims op vrijkomende gronden. Het is aan gemeenten om te bepalen of hier actief op gestuurd moet worden.

De plannen van het kabinet zullen een grote impact hebben op de inrichting van het buitengebied. Gemeenten zullen goed op de hoogte moeten zijn van de aanwezige agrarische bedrijven en wat de plannen gaan betekenen voor de bedrijvigheid in het buitengebied. Het in gesprek zijn en blijven met agrarisch ondernemers in de gemeente speelt hier een belangrijke rol in. Met name de (kleinere) familiebedrijven zal dit beleid hard gaan raken, dit type bedrijven hebben vaak een bredere rol in de leefbaarheid van het buitengebied. Breng in kaart waar de knelgevallen zitten en wat er mogelijk moet worden aangescherpt in het beleid over bedrijven die willen stoppen of omschakelen. Ook verbreding kan voor een ondernemer een optie zijn om ondanks de strengere regels toch het hoofd boven water te kunnen houden.


We ondersteunen overheden met het begeleiden van stoppende agrariërs: van vooroverleg tot vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan.

Ook voor gemeenten die geen grote aantallen stoppende agrariërs hebben, kunnen wij een uitkomst bieden. In ons expertteam Omgevingsbeleid houden we ons bezig met het doorvertalen van ambities uit de omgevingsvisie naar concrete programma’s.