De regionale omgevingsvisie maakt de provincie overbodig

 

Lokale afwegingsruimte en participatie zijn de toverwoorden van de Omgevingswet. De raad heeft het voor het zeggen in nauw overleg met de bevolking. Zo min mogelijk wordt er vanuit Den Haag gestuurd op de inhoud van de Omgevingsvisies. In de Omgevingsvisie stelt de gemeenteraad de kaders waaraan het college, ondernemers en burgers invulling kunnen geven. Een duidelijk verhaal tot zover. Maar wat als men bij deze visievorming stuit op onderwerpen die de hele regio aangaan?

Regionale samenwerking is noodzakelijk voor een goede invoering van de Omgevingswet. Maar afstemming met regionale partners is zeer complex. Gemeenten werken voor een veilige en gezonde leefomgeving immers in verschillende regionale netwerken. De regionale samenwerking is vaak vanuit een heel specifiek thema ontstaan (veiligheid, economie en toerisme). Maar de Omgevingswet vraagt nu juist om een integrale regionale benadering. Het ombuigen van regionale thematische benadering naar een integrale benadering per verzorgingsgebied is naar mijn idee noodzakelijk bij het stellen van de juiste kaders aan de fysieke leefomgeving.

Op dit moment vraagt de Omgevingswet om een provinciale Omgevingsvisie om gemeente-overstijgend beleid in te kaderen. Het bedrijfsleven werkt echter al volkomen natuurlijk in verzorgingsgebieden en denkt in economische regio’s. Alle grote steden en kernen kennen zo logischerwijs hun eigen verzorgingsgebied. Iedere bewoner denkt regionaal, voelt zich ook vaak bewoner van een bepaalde regio (bijv. Zeeuws-Vlaanderen, Twente, Zuid-Limburg of West-Friesland). Elke bewoner kiest ook zelf de meest logische locatie om zijn boodschappen te doen of het ziekenhuis of de bioscoop te bezoeken. De Omgevingswet vraagt straks via instrumenten als de ladder voor duurzame verstedelijking ook om een afstemming per verzorgingsgebied. Regionale afstemming dus en geen provinciale afstemming.

Deze logische regio’s c.q. verzorgingsgebieden gevormd door het gedrag van ondernemers en bewoners, zouden naar mijn idee dan ook leidend moeten zijn in de visievorming onder de Omgevingswet. De Omgevingswet gaat immers uit van een ontwikkeling van beleid van onderaf. De provinciale grenzen zijn niet door burgers of ondernemers bedacht, worden ook niet door burgers gevoeld als barrière. Waarom zouden provinciegrenzen dan kaders moeten stellen aan beleid?

Als we via een regionale Omgevingsvisie nu eens het regionaal belang een duidelijke plaats geven in de gemeentelijke omgevingsvisie blijven er twee aandachtspunten over. De concurrentie tussen stad en ommeland en de concurrentie tussen regio’s onderling. Hier kan en mag het rijk dan in hun nationale Omgevingsvisie en verordening regie op voeren. De dialoog tussen regiogemeenten is daarbij onmisbaar. Maar de Provincie is hierbij dan toch echt overbodig…


Ron Visscher is sociaal geograaf en Adviseur Omgevingswet bij Ruimtemeesters. Wilt u meer informatie over de Omgevingswet? Neem dan contact op via 088-4002800 of mail ron@ruimtemeesters.nl


share



uw reactie

Ron Visscher

Ron Visscher


connect