Actualiteiten omgevingsrecht – week 15

 

De bestuurlijke rapportage, artikel 8:29 Awb en artikel 6 EVRM (ECLI:NL:RVS:2020:1012)

In beginsel geldt in het bestuursrecht ‘equality of arms’, zoals deze ook is vastgelegd in artikel 6 EVRM. De vraag die soms aan de orde komt tijdens procedures is hoe artikel 8:29 Awb zich verhoudt tot artikel 6 EVRM. Zo ook in de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020. In deze had de gemeente Utrecht een pand gesloten wegens ‘underground banking’ maar had de bestuurlijke rapportage die aan de sluiting ten grondslag lag niet toegevoegd aan het dossier. Met verwijzing naar artikel 8:29 Awb had de gemeente Utrecht de bestuurlijke rapportage wel toegestuurd aan de rechtbank. Zij oordeelde dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. De Afdeling overweegt, zoals zij eerder heeft overwogen (ECLI:NL:RVS:2019:2286), dat artikel 8:29 met zodanige waarborgen is omkleed dat het recht op een eerlijke procesvoering niet wordt aangetast. Nu er ook geen grond bestaat om aan te nemen dat de rechtbank artikel 8:29 Awb verkeerd heeft toegepast, slaagt het beroep op artikel 6 EVRM niet.

Op grond van artikel 8:29 lid 5 Awb stelt dat indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen. In bovenstaande zaak had appellant de Afdeling geweigerd om kennis te nemen van de stukken. Met verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2011:BT2795) stelde de Afdeling zich op het standpunt dat de weigering in beginsel voor rekening komt van degene die de toestemming heeft geweigerd. De Afdeling mag daarom uitgaan van de juistheid van de weergegeven feiten en omstandigheden zoals deze in het dossier en de eerdere besluiten zijn opgenomen.

Appellant voert verder aan dat hij niet strafrechtelijk vervolgd is voor alle elementen uit de bestuurlijke rapportage. Ook hier verwijst de Afdeling naar eerdere jurisprudentie. In een uitspraak van 10 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:300) overwoog zij dat de handelswijze van de politie en het openbaar ministerie na het sluitingsbevel niet af aan de grondslag van het door de burgemeester gegeven bevel tot sluiting. Dit doet de burgemeester ter bescherming van de (algemene) openbare orde en veiligheid. Door appellant zijn nog stukken in het geding gebracht waaruit zou moeten blijken dat hij ‘geen partij was’.  Nu appellant de Afdeling geweigerd heeft de bestuurlijke rapportage in te zien, kan de Afdeling dit niet verifiëren.

De Afdeling kan gelet op (onder andere) het bovenstaande niet anders concluderen dat de burgemeester terecht het pand in verband heeft gebracht met criminele activiteiten en dus bevoegd was om het pand op grond van artikel 2:46 van de APV te sluiten.


Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg onze LinkedIn bedrijfspagina of het nieuws op onze website.

 


share



uw reactie

Koen van Polanen


connect