Actualiteiten Omgevingsrecht – Week 16 | 2022

Jurisprudentie Omgevingsrecht

 

Gebruik overeenkomstig de bestemming (ECLI:NL:RVS:2022:1152)

Het college van de gemeente Deurne treedt niet handhavend op tegen een illegaal bouwwerk.  Een echtpaar woont al geruime tijd in een veldschuur in Liessel. Het gebouw was bestemd als noodwoning, volgens het voorheen geldende bestemmingsplan. Na een herziening van dit bestemmingsplan werd deze grond bestemd voor agrarische doeleinden. Dit betekent dat bewoning niet is toegestaan, maar wel valt onder het persoonsgebonden overgangsrecht. Het echtpaar heeft daarop een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een veldschuur. De vergunning werd verleend. De veldschuur past immers binnen de agrarische bestemming. Een omwonende wederpartij heeft hiertegen bewaar gemaakt en beroep ingediend.

De rechtbank was van oordeel dat het beoogde gebruik van de veldschuur “Wonen” in strijd is met het bestemmingsplan. De verleende vergunning wordt herroepen en de aanvraag geweigerd. De omgevingsvergunning moest daarom worden geweigerd en hierdoor is er sprake van een illegaal bouwwerk. De buren hebben daarom om handhaving verzocht. Echter, volgens het college is handhaving niet aan de orde, omdat er zicht is op legalisatie. Het college wil de omgevingsvergunning alsnog verlenen en volgens hem past dit wel degelijk binnen de bestemming van het vigerende bestemmingsplan.

De buren voeren bij de Afdeling aan dat legalisatie niet is toegestaan. De Afdeling blijft bij haar eerder ingenomen standpunt dat “bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts moet worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar mede dient te worden beoordeeld of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht.” In dit geval is duidelijk dat de veldschuur gebruikt wordt als woonruimte. Bovendien wordt deze reeds bewoond door het echtpaar. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het beoogde gebruik in strijd is met het bestemmingsplan, nu de veldschuur zal worden gebruikt voor een ander doel dan waarin de bestemming “Agrarisch” voorziet. Het college heeft bij de aanvraag niet onderkend dat op grond van artikel 2.10 lid 2 van de Wabo de aanvraag ook aangemerkt moet worden als een aanvraag omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan.

Gelet op het langlopende geschil kiest de Afdeling voor finale geschilbeslechting. Zolang de veldschuur is bewoond kan er geen omgevingsvergunning verleend worden voor de veldschuur. Na beëindiging van de bewoning zou dit wel kunnen. Dit maakt dat het bouwwerk op dit moment nog steeds illegaal is. Bij een verzoek tot handhaving dient het college dan ook te voldoen aan de beginselplicht tot handhaving. De Afdeling oordeelt dat de evenredigheid echter in de weg staat aan handhaving. Handhaving zou immers leiden tot onevenredige gevolgen voor het echtpaar.

 

Redelijke eisen van welstand (ECLI:NL:RVS:2022:1139)

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Den Haag geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een dakkapel aan de achterzijde van een woning. Het college betoogt op grond van het welstandsadvies dat het plaatsen van een tweede dakkapel een grote aantasting is van het daklandschap, en daarmee strijdig is met de welstandscriteria. Daarnaast zouden de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt al worden benut met de bestaande dakkapel.

De Afdeling overweegt dat de welstandstoets zich in beginsel dient te richten naar de bouwmogelijkheden die worden geboden in het geldende bestemmingsplan. Een bestemmingsplan kan daarbij meer keuze laten tussen verschillende mogelijkheden om een bouwplan te realiseren. Het college heeft dan meer beoordelingsruimte om een bouwplan in strijd met redelijke eisen van welstand te achten. Dit oordeel wordt niet geacht te leiden tot een belemmering van de verwezenlijking van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt (zie ook: ECLI:NL:RVS:2015:3023, r.o. 4). Indien een bestemmingsplan een keuze niet of slechts in beperkte aanwezigheid biedt, vormt de opzet bij de welstandstoets een dwingend gegeven.

De Afdeling stelt vast dat het desbetreffende bestemmingsplan geen afzonderlijke regels over dakkapellen bevat. Het bestemmingsplan beperkt de bouw van een (tweede) dakkapel dusverre niet. Het welstandsoordeel mag daarmee niet leiden tot een belemmering van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Daarnaast stelt de Afdeling vast dat het welstandsadvies dat door het college is overgenomen, onvoldoende onderbouwt waarom het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. De omstandigheid dat het huidige dak nog gaaf is, biedt onvoldoende grond om te concluderen dat het bouwwerk niet voldoet aan de geldende criteria uit de welstandsnota. Bovendien wordt niet toegelicht welke waarde het dak vertegenwoordigt en welke negatieve invloed de tweede dakkapel hierop heeft. De Afdeling oordeelt dat het college, op grond van het welstandsadvies, ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand. De rechtbank heeft daarmee terecht geoordeeld dat dit besluit vernietigd moet worden op grond van het motiveringsbeginsel (art. 3:46 en 7:12 van de Awb).

Het college heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit genomen op 31 maart 2021. In dit besluit betoogt het college dat het bouwplan ook is beoordeeld op strijdigheid met de dubbelbestemming. Het college oordeelt, op grond van het welstandsadvies, dat het dak een waarde in de omgeving vertegenwoordigt. Het plaatsen van een tweede dakkapel zou in strijd zijn met het bestemmingsplan wegens de toegekende dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. De Afdeling overweegt dat nadere typering van de te beschermen waarden niet expliciet worden genoemd in de toelichting bij het aanwijzingsbesluit. De Afdeling ziet daarom niet dat de context van de cultuurhistorische waarde van de individuele woning wordt benoemd. Daarnaast valt het de Afdeling op dat uit de waarderingskaart niet blijkt dat deze waardering is toegekend aan de woning. De Afdeling concludeert dat het college in het besluit van 31 maart 2021 niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en de toegekende dubbelbestemming. Het besluit dient wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb te worden vernietigd en het college dient opnieuw een nieuw besluit te nemen.

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en actualiteiten in het omgevingsrecht? Ruimtemeesters houdt wekelijks de laatste jurisprudentie bij. Volg ons op LinkedIn of schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief om niets te missen!
Hulp of advies nodig? Onze experts zijn er om te helpen! Neem contact met ons op. 

Klaar voor een nieuwe uitdaging? Bekijk de openstaande juridische vacatures:

Ondernemende Jurist
Senior Jurist Omgevingsrecht
Medior Jurist Omgevingsrecht
Medior Jurist Handhaving
Medior Casemanager Wabo
Junior Jurist

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gepubliceerd op apr 26, 2022 en geschreven door:
Koen van Polanen

Koen van Polanen

Directeur / Juridisch Adviseur

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nieuwsbriefinschrijving