Vergunningsvrij bouwen op een erf

 

Er is de afgelopen jaren veel jurisprudentie verschenen over de interpretatie van het begrip erf. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft enkele uitspraken gedaan die op het eerste gezicht alle kanten lijken op de schieten, maar een nadere bestudering hiervan lijkt toch een heldere lijn op te leveren. Zowel voor planmakers als voor handhavers is het van belang deze lijn goed voor ogen te houden. Aan de hand van enkele uitspraken wordt deze helder gemaakt.

Definitie

Voor de uitstap naar de jurisprudentie te maken is het van belang eerst de definitie van “erf” te geven. Uit de definitie van het begrip “erf” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor, volgt dat als erf wordt aangemerkt een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 

Groenvoorzieningen of Bollengebied

Vanuit deze definitie wordt eerst de stap gemaakt naar zaken die op het oog helder zijn. Geef je als planmaker een deel van een perceel de bestemming “Groenvoorzieningen” of “Bollengebied” dan maak je duidelijk dat je daar geen vergunningsvrije bebouwing toestaat. Op 17 juli 2013 (zaaknr. 201210561/1/A1) heeft de Afdeling bepaald dat gronden met de bestemming “Groenvoorzieningen (Rg)”, hetgeen blijkens de doeleindenomschrijving een openbare groenbestemming betreft, slechts mogen worden bebouwd en ingericht met bouwwerken ten behoeve van de genoemde bestemming.

Op 4 februari 2015 (zaaknr. 201403960/1/A1) heeft de Afdeling eenzelfde uitspraak gedaan betreffende bebouwing op “Bollengebied”. Ook dat is niet vergunningsvrij mogelijk, omdat een deel van het perceel met de bestemming “Bollengebied” niet tot het erf behoort.

Tuin

Wat je als planmaker niet moet doen als je wilt voorkomen dat er vergunningsvrij gebouwd wordt op een perceel is een deel van het perceel bestemmen als “Tuin” en bij de bebouwingsmogelijkheden aangeven dat er niet mag worden gebouwd. De Afdeling oordeelt hierover (ABRvS 15 mei 2013, 201210588/1/A1) dat hoewel er volgens het bestemmingsplan niet gebouwd mag worden op de bestemming “Tuin”, deze bestemming niet verbiedt dat er vergunningsvrij gebouwd mag worden, omdat het perceel is ingericht en mag worden gebruikt als tuin behorende bij de woning.

Kortom, geef je als planmaker een perceel de bestemming “Tuin”, dan sta je daarmee vergunningsvrije bebouwing toe, ook al sluit je bebouwing in de planregels uit.

Dubbelbestemming

Als een bestemming “Tuin” onbebouwd niet werkt, hoe kan je dan als planmaker voorkomen dat op een deel van een perceel niet gebouwd wordt? Kies voor een dubbelbestemming! In de uitspraak van 10 juli 2013 (zaaknr. 201209655/1/A1) staat een dubbelbestemming “Wonen – 1” met nadere aanduiding “landschapswaarden” ter discussie. Gronden met deze dubbelbestemming zijn bestemd voor uitsluitend instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden.

Door een zogenoemde dubbelbestemming te geven of door mede bepaalde waarden, functie- of gebiedsaanduidingen toe te kennen, kan tot uitdrukking worden gebracht dat percelen of perceelsgedeelten mede een ander planologisch doel dienen. Indien de bestemmingsregeling in zo’n geval gepaard gaat met belemmeringen om een perceel of delen van een perceel te gebruiken en feitelijk in te richten ten dienste van het hoofdgebouw, is er geen sprake van erf. Met de nadere aanduiding landschapswaarden werd bewerkstelligd dat er zodanige beperkingen waren gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken van die perceelsgedeelten, dat geen sprake was van erf.

Conclusie

Wanneer je als planmaker op een deel van het perceel behorende bij een woning geen vergunningsvrije bebouwing wenst, moet je deze een duidelijke (dubbel)bestemming geven. Hierbij moet je een bestemming, waarbij het gebruik als tuin mogelijk wordt gemaakt, in ieder geval vermijden.


share



2 reacties:

Beste Kristel,

Een helder verhaal. Waar ik zelf het meeste mee worstel is de interpretatie/uitleg van de begrippen vergunningvrij bouwen en hoofdgebouw in het buitengebied en de berekening van het aantal vergunningvrije m2’s aldaar, temeer het hoofdgebouw dan niet altijd de (bedrijfs)woning is.

Beste,
Bestuursrechtelijk lijkt dit duidelijk.
Kan in specifieke gevallen de gemeente wel via het koopcontract van de kavel afdwingen dat in bepaalde delen van de tuin bijvoorbeeld het zijerf niet wordt bijgebouwd. Stel ze willen in een bepaalde straat voorkomen dat er links en rechts van het hoofdgebouw de zijtuinen worden volgebouwd met carports, veranda’s, schuren. Kunnen ze dan met de bewoners van bv. de Alphastraat 10, 12, 14, 16 en 18 dit privaatrechtelijk afdwingen?
Bij voorbaat dank voor uw reactie,
Theo

uw reactie

Kristel van Overdijk


connect